columns
Welkom in de rubriek columns. Hier zullen alle columns of verhalen van (on)bekende mensen geplaatst worden.
Vind jij dat je zelf ook een gouden pen hebt en dat je column hier geplaatst zou moeten worden? Mail dan een conceptcolumn naar mart@homosport.nl. Wie weet dat jouw column dan binnenkort hier terug te lezen is!
17-3-2011 (Uitgelicht: 2006) Iedereen mag homo zijn, behalve voetbalidolen
Trouw (Rob Pietersen)
Toen de keeper van Feyenoord hardop de wens uitsprak voortaan graag in een roze shirt te willen spelen, brak in Rotterdam de pleuris uit.
Maar er wonen niet alleen macho’s aan de Maas. Conservatisme kent geen tijd in het voetbalwereldje, waar homo’s in de kast blijven en struisvogels hun kop in het gras steken. De onlangs overleden voormalig scheidsrechter John Blankenstein rekende eens voor: ,,Eén op de vijftien mannen is een homo. Dus gemiddeld loopt er in elke selectie één rond. Maar nee, nichten zouden niet van voetbal houden. Ze kunnen alleen kapper of balletdanser zijn. Wat een onzin.’’
Blankenstein en collega Ignace van Swieten kwamen er openlijk voor uit, profvoetballers wachtten tot dusver tot ná hun loopbaan. De laatste was John de Bever, de eerste Wensley Ton. De voormalige speler van Helmond Sport zei in 1997: ,,Zodra voetballers bij elkaar zijn, wordt het plat en gaat het over vrouwen en wippen. Als jonge jongen voelde ik me daar onzeker bij. Daarom wilde ik niet dat mijn medespelers het te weten zouden komen. Acht uur per dag deed ik alsof.”
Het is de zogenaamde stoere humor van de kleedkamer. ,,Ik heb nog nooit een homo in mijn team gehad. Echt jammer. Het lijkt me geweldig om daar een beetje mee te dollen’’, zei de toenmalige ajacied Jan van Halst eens.
,,Sommige vrouwen snappen het ook niet. Die zijn het niet gewend te worden afgewezen. Zeggen ze: je wilt me echt wel. Zeg ik: ik praat toch geen Chinees? Ik vind je niet aantrekkelijk. Beginnen die meiden te roepen dat ik homo ben. Zeg ik: ik ben zo hetero als de metro’’, verkondigde José Fortes Rodriguez, destijds een mannetjesputter in de defensie van AZ.
,,Nederland loopt weg met Paul de Leeuw, Gordon, Gerard Joling en André van Duin. Pim Fortuyn was mateloos populair. Iedereen mag homo zijn: behalve de voetbalidolen’’, aldus Blankenstein. ,,Het blijft bekrompen. Het is toch geen ziekte? Als ik twee weken met Tatjana op een onbewoond eiland zit, ben ik echt niet genezen*’’
De onderbroekenlol in de kleedkamer helpt niet. Uitspraken van coaches evenmin. De Uefa legde onlangs de bondscoach van Albanië een boete van vijfduizend euro op naar aanleiding van kwetsende uitspraken. De 71-jarige Otto Baric zei nooit een homo te zullen selecteren. „Ik zou ze niet kunnen vertrouwen omdat ze zwak en ziek zijn.’’
Zijn collega Jorge Fossati heeft net zulke ziekelijke ideeën: een homoseksuele speler zou een stoorzender kunnen zijn omdat hij andere gewoontes heeft dan de rest van de groep,” meent de homofobe Fossati. ,,Je kan me bekrompen noemen, maar ik ben er heilig van overtuigd dat een homo niet in een professionele selectie kan zitten. Natuurlijk heb je homo’s en homo’s, maar er moeten bepaalde normen en waarden in ere worden gehouden.’’
Ze moeten grappen en grollen van collega’s, belachelijke vooroordelen van coaches trotseren. En de toorn van de fans. Maar er is meer dat hen ervan weerhoudt de kastdeur te openen. Blankenstein zei daarover: ,,Wat gebeurt er als er buitenlandse belangstelling voor ze is? Uit bijvoorbeeld Spanje en Italië. In dat soort landen gaan de grenzen dan heel snel dicht. Het voetbal heet een macho-wereld, maar het is wat dit thema betreft een zielig wereldje. Bij elke voetballer hoort een spelersvrouw. Standaard.’’
Natuurlijk telt het profvoetbal genoeg flikkers, vertelde Wensley Ton eerder in de Gay Krant. Net als Blankenstein geeft hij geen voorbeelden. ,,Als ik nu betaald voetbal zou spelen, zat ik ook nog in de kast. Als openlijke homo sta je alleen in de voetballerij. En wat denk je van het publiek? Zodra de toeschouwers weten dat je gay bent, hoef je je in het stadion niet meer te vertonen. Ik kan de spreekkoren wel verzinnen.’’
'Gerard van Maasakkers - Benny'
Benny zit in 4-mavo
Benny wil werken met z'n hand
Benny haalt hendig de havo
mer Benny wil liever gaon werken op 't land
mee z'n hand als kolenschuppen
speult ie sax in de hermenie
en hij stad in de goal
van 't elftal van de school
nee aan Benny's ziede 't nie
mer Benny die tobt, Benny denkt,
niemand zal me geleuven as ik 't gao zeggen
want benny da's toch ne getapte vent
Benny hee geen meidje
hee wel verkering gehad
zoenen da ging nog
mer as ze wa meer wou was Benny 't al hul gauw zat
Hij dacht, da zal nog wel kommen
hij wou da't over zou gaon
en da't ie net zo gewoon as z'n vrienden van school was
d'r had ie 't toch ook wel spellekes mee gedoan
mer toen kwam di'n enen dag
onder d'n douche mee die jongen
hij wist nie wa-t-ie zag
Godsallemachtig, goedendag
Hier kan geen meidje aan tippen
en nou zit Benny vur de televisie
mee z'n ouwelui op de bank
z'n hart bonkt hard, z'n hart hart bonkt hard
en Benny denkt: dit is mijn kans
want d'r is iets op de televisie
over mensen als hij
mer hoe zal-ie 't zeggen en wa zallen ze zeggen as-ie zee
Dit gaot over mij en as Benny denkt:
Nou of nooit, zet zijne vader 'nen andere zender op
Hij zee, gelukkig kumt dit bij ons nie voor
wa kan er eigenlijk gebeuren, hee Benny
en wa valt er te verliezen
as ge nooit meer schijnheilig hoeft te zijn
en as ge altijd vort oew eigen kan zijn
dan is't nie moeilijk um te kiezen
'Ik kon mezelf pas laten zien, toen ik liefde voor mezelf begon te krijgen'
6 Januari 2011
Door: Marlies Van der Putten, ex-topsoftbalster
Door: Marlies van der Putten, ex-topsoftbalster
Tien jaar geleden liet mijn schoonmoeder mij een stukje uit de krant lezen.
En zei: ´Zal dit nog eens werkelijkheid worden?´ Kinderen speelden in de
zandbak. Het ene kind zei: ´Ik heb twee vaders en jij?´ ´O´, zei het andere
kind: ´Kan dat ook? Ik heb twee moeders.´ Weer een ander kind zei: ´Mijn
ouders zijn gescheiden en ik woon bij mijn moeder.´ Achter uit de zandbak
riep een Chinees jongetje: ´Ik ben geadopteerd.´ Opeens begon een jongen,
die had meegeluisterd, te huilen. ´Ik durf niets te zeggen´, zei hij. ´Ik
ben bang dat jullie het stom vinden. Ik heb een vader en een moeder, die
zijn getrouwd en daar ben ik uit geboren. Ben ik wel normaal?´
Als ex-topsporter heb ik er 10 jaar over gedaan om ‘normaal´ te doen. Om te
zeggen dat ik verliefd was op een vrouw, vast te houden aan mijn eigen
normen en waarden, trouw te zijn aan mezelf. Tien jaar! Waarom? Voor wie was
ik bang? Van wie had ik goedkeuring nodig?
Laatst las ik een boek van Bouke de Boer met de titel: 'Ik kan de wereld veranderen. En jij weet wie ik is!' Dat is misschien wel het antwoord. Jij kan het verschil
maken. Nu. De andere kant van angst is liefde. Als je leeft vanuit angst,
waar ben je dan bang voor? Voor de dood? Leef je wel, als je alleen maar je
angsten volgt, of ben je dan aan het overleven? Of misschien wel half dood?
Hoe mooi zou het zijn als de homosexuele topsporter die andere kant van
angst eens echt gaat onderzoeken en gaat leven. Zichzelf laat zien en horen
zoals hij is, trouw aan zijn eigen waarden en met respect voor het
wereldbeeld van de ander. Dat is wat alle grote leiders gemeen hebben. Zij
hebben verandering teweeg gebracht vanuit liefde en respect voor zichzelf,
de ander en het grotere geheel! Niemand kan daar weerstand aan bieden. Ook
al heeft het tijd nodig en moet je bereid zijn het risico te nemen dat je in
eerste instantie wordt afgewezen of vernederd.
Ik kon mezelf pas laten zien, toen ik liefde en respect begon te krijgen
voor mezelf. Door mijn persoonlijke leiderschap te ontwikkelen. Bewust te
worden van wie ik ben, dat ik er mag zijn. Toen ik voldoende op mezelf
vertrouwde, kon ik naar buiten en zeggen: hier ben ik! Vanaf dat moment
stond ik in mijn kracht en kon ik de verantwoordelijkheid pakken voor mijn
eigen geluk. En de vernedering en afwijzing? Die is in mijn geval nooit
gekomen.
Vorige week had ik voor mijn werk als specialist in teamontwikkeling intake
gesprekken met professionals bij een verzekeringsbedrijf. Tijdens het eerste
gesprek vertelde een man over zijn twee-eiige tweeling, bij een draagmoeder.
Het ene kind was biologisch van hem en het andere van zijn man. Daarna
hadden we een gesprek met een man, die vertelde dat hij een prachtige
dochter uit China had geadopteerd. Vervolgens kwam een enthousiaste vrouw
binnen en vertelde dat zij twee dochters heeft. De eerste heeft ze zelf
gekregen, de tweede haar vrouw. De donor is een goede bekende. Mijn collega,
die keurig getrouwd is, een hoekhuis heeft, een labrador en twee kinderen,
zei naar het derde gesprek tegen mij: ´Lieve Marlies, ben ik wel normaal?´
'Waar wachten we nog op!?'
11 Oktober 2010
Door: Huub ter Haar (zie foto); auteur van Gelijkspel. Portretten van homo topsporters

De nationale Coming Out Dag roept homos op om uit de kast te komen. In het voetbal is dat echter nog aan dovemansoren gericht, terwijl de nieuwste onderzoeksfeiten aanzetten tot openheid. Waar wachten we nog op?
Wereldwijd moet de eerste actieve homoseksuele profvoetballer nog steeds uit de kast komen. Het is begin jaren negentig één keer gebeurd in Engeland. Justin Fashanu heeft in 1991 zijn coming-out uiteindelijk zien eindigen in zelfmoord. Dat is geen opwekkend beeld dat tot voorbeeld stelt. Bovendien wijzen vele insiders in de voetbalwereld op het gewelddadige en homofobe gedrag van de fans, het macho-gehalte van de sport en het mondiale karakter; in Zuid-Europa en Zuid-Amerika zou het klimaat nog veel slechter zijn. Dit zouden onneembare hindernissen zijn om tot meer openheid te kunnen komen.
Uit datzelfde Engeland, het mekka van het moderne betaalde voetbal, komen sinds kort gelukkig geheel andere geluiden. Onderzoekers van de Universiteit van Staffordshire houden al enige tijd een grootschalig onderzoek onder drieduizend voetbalfans, profspelers en voetbalmanagers. De eerste conclusies van hun onderzoek zijn hoopgevend. Zij wijzen op een angstmechanisme dat vooral leeft in de hoofden van de managers en de makelaars. Laten we de feiten beter bekijken.
De onderzoekers hebben aangetoond dat 94% van de fans geen enkel probleem zegt te hebben met een homo op het veld, als ie maar presteert. Een fan verwoordt zijn houding kernachtig: 'Ik heb liever te maken met een homospeler die kan voetballen dan met een heterospeler die er niks van kan. Deze zienswijze wordt bevestigd door de recente coming out van de korfballer Casper Boom (30), die in het Nederlands team speelt. Hij wil vooral gezien worden als atleet die presteert, alle andere persoonskenmerken doen er minder toe in de topsport. Stereotypen over homos hielden hem te lang in de kast.
De spreekkoren waarin homos in allerlei soorten en maten voorbijkomen, hebben volgens de fans weinig te maken met homos. Ze gebruiken de scheldwoorden vooral om de tegenstanders uit hun spel te halen. De fans zijn alleen maar geïnteresseerd in de prestaties; de spreekkoren zijn slechts onderdeel van het theater erom heen.
Een ander veelvoorkomend misverstand dat het onderzoek onderuit haalt, is de opvatting dat er geen homos bestaan in de voetballerij. Homos komen veel meer voor in het voetbal dan lange tijd is verondersteld; maar liefst 27% (!) van de profvoetballers zegt een homoseksuele collega te kennen. Dit cijfer wijst op een cultuur waarin geheimhouding voorop staat: dubbellevens, stiekem gedrag en ontkenning zijn breed geaccepteerd. Dit feit maakt voor een eens en voor altijd duidelijk dat in een machosport als voetbal ook homos actief zijn.
De onderzoekers concluderen verder dat niet zozeer de angst voor de fans een coming out tegenhoudt, maar dat andere factoren spelers afhouden van een stap naar openheid. De meerderheid van de respondenten meent dat vooral de clubs en voetbalmakelaars spelers proberen te beschermen en hen afhouden van een coming out. Clubs houden niet van controverses rond spelers, die proberen zij in de kiem te smoren. Bovendien willen ze niet dat er meer aandacht naar de speler uitgaat dan naar de club.
Ook voetbalmakelaars houden de verstikkende sfeer in stand. Zij dragen waarschijnlijk ten onrechte uit dat een homospeler niet te verkopen is. In de wereld van het grote geld is het dus niet verstandig om je seksuele voorkeur te tonen. Heteros daarentegen kunnen hun merk - en marktwaarde er wel mee verhogen.
De onderzoekers zien tenslotte een parallel met de acceptatie van de zwarte voetballer. Toen zij hun opwachting maakten op de velden in West-Europa werden zij flink gediscrimineerd, dat ging veelal gepaard met oerwoudgeluiden en bananenschillen. Zo gauw de gekleurde spelers lieten zien dat ze balvaardig waren en konden winnen, verdween de discriminatie als sneeuw voor de zon. Een mooi beeld is voor mij het kampioenschap van FC Twente. Oost-Nederland omhelst zijn gekleurde helden als nooit te voren. De onderzoekers vermoeden dat eenzelfde proces zich voltrekt als de eerste homoseksuele spelers op de velden presteren.
De onderzoeksfeiten stellen ons nu één vraag: Op wie wachten we? Ik vind het belangrijk dat voetbalbestuurders, trainers en makelaars hun verantwoordelijk nemen en zich niet langer verschuilen achter misplaatste angst. Zij moeten duidelijk maken dat het voetbal klaar is voor de coming out van homoseksuele spelers, in amateur- en betaald voetbal. Zij moeten bescherming toezeggen aan spelers die kiezen voor openheid en in jeugdopleidingen aandacht besteden aan seksuele voorkeuren.
De acceptatie van seksuele minderheden in voetbal leidt tot winst voor het voetbal en de hele samenleving. Immers, het betaalde voetbal heeft al bewezen verschillen te kunnen accepteren als het gaat om huidskleur, religieuze overtuiging of afkomst. Daarmee vervult het een belangrijke voorbeeldfunctie voor het gedrag van de vele fans. Samenspelen en samenleven op basis van verschillen is een kostbare pijler van een open en veelkleurige samenleving, en die moeten we koesteren.
Reacties op bovenstaande column kunt u sturen naar: Huub@weth.nl
'Uit de kast : vergeet het maar in de voetballerij!'
Oktober 2010
Door: Martin Kromdijk, ex-voetballer en voetbaltrainer
'Ik heb door de sport nooit durven te vertellen dat ik homo ben. Totdat het niet meer ging. Ik meldde me ziek op het werk, ik meldde me ziek als trainer bij de club.'
Al vroeg in mijn leven vond ik jongens leuker dan meisjes, maar ervoor uitkomen durfde ik niet. Ik ben opgegroeid in Twente in een tijdperk dat internet nog niet eens bestond. Voetbal was mijn passie en ik heb na mijn actieve voetballoopbaan bij de KNVB mijn trainersdiploma's 2 en 3 behaald om vervolgens aan de slag te gaan als voetbaltrainer.
De voetballerij; waar homo zijn heel moeilijk is. Waar je niet geaccepteerd wordt als homo. Moeilijk heb je het als je vertelt dat je jongens leuker vindt. Je moet immers samen met hen voetballen (zelfs douchen!) en moeilijk heb je het zelfs om als trainer voor de groep te staan als je vertelt dat je homo bent. Dus hield ik mijn mond en heb ik intussen fake relaties gehad met meisjes, waarbij het de laatste jaren steeds moeilijker ging om daar echt wat voor te voelen. Ik had jaren last van stress, functioneerde niet op werk, op voetbal en zat vaak alleen thuis met mijn gevoelens. Ik was altijd bang mijn vrienden te verliezen in het voetbal. Ik was altijd bang mijn sport niet meer te kunnen beoefenen vanwege het homo zijn. Ik was altijd bang geen trainer meer te kunnen zijn. Ik weet 100% zeker dat een trainer die zegt dat hij homo is in de voetballerrij de trainersjob niet krijgt. Te gek voor woorden. Waarom kan een homoseksuele voetbaltrainer niet net zo goed zijn als bijvoorbeeld de heer Louis van Gaal? Waarom kan een homoseksuele voetballer niet net zo goed zijn als bijvoorbeeld Lionel Messi en dat al zijn heteromaatjes in het elftal zich uit de naad werken voor hem? Waarom gaat dat niet samen? Waarom kan je niet zeggen dat je homo bent in het voetbal en ook ik en jij lekker je favoriete sport kunnen blijven uitoefenen samen met je heteromaatjes?
Ik heb door de sport nooit durven te vertellen dat ik homo ben. Totdat het niet meer ging. Ik melde me ziek op het werk, ik melde me ziek als trainer bij de club. Vol stress, vol emoties ging ik een uitweg zoeken. Ik ben gestopt met voetbal ( als trainer ) en ben na al die jaren eindelijk uit de kast gekomen. Eindelijk, zeg dat wel. Wat een opluchting. Ik voel de stress uit mijn lichaam verdwijnen, functioneer weer beter en voel me echt blij. Ik denk nu ook : waarom niet eerder uit de kast gekomen? Tja, gek van voetbal en ik weet dat het daar niet geaccepteerd wordt. Jaren hield ik iedereen voor de gek maar mezelf ook. Maar ik weet nu wel: als je uit de kast komt, functioneer je beter in werk, sport etc.
Nu heb ik twee diploma's in de kast liggen voor het trainerschap maar kan ik er niets mee doen.
Als ik de tijd kon terug draaien ...............als.................als............je kan de tijd niet terug draaien. Ik ben zeker blij dat ik op latere leeftijd ( 42 jaar ) er toch voor uit ben gekomen. Maar het is van de zotte dat het niet geaccepteerd wordt in de voetballerij. Dan had ik het eerder kunnen zeggen, had ik jaren geen ballast van stress/driftbuien, had ik beter in mijn vel gezeten, ook bij de sport. Ik heb verloren jaren gekend. Het was één grote wedstrijd.
Het is bizar dat ik me jaren anders heb moeten voordoen dan wie ik was. Ik ben en wil ook mezelf zijn toch.
Martin Kromdijk, columnist Sportersweb Gelijkspelen
�
